Alpinisme
>
Artikels 

Spantik Expeditie 2001

8 april 2003, 

Verslag Spantik Expeditie 2001


31 juli, 15u35:
groepsfotoNa alle voorbereidingen van de afgelopen maanden is het nu eindelijk zover: we vertrekken naar Pakistan, om de Spantik te gaan beklimmen. Na een voorspoedige vlucht komen we in de vroege ochtend van 1 augustus aan in Islamabad, waar we opgewacht worden door North Pakistan Treks, Tours and Expeditions, de organisatie waar we ter plaatse mee samenwerken. Voor we naar het noorden kunnen doorreizen, moeten er eerst nog een aantal inkopen gedaan worden, en vooral een aantal administratieve formaliteiten vervuld. Een top van meer dan 6.000 m betekent dat een climbing permit vereist is, dat er vooraf een briefing en nadien een debriefing moet gebeuren op het Ministerie van Toerisme, en dat er een "Liaison Officer" (L.O.) mee moet.
Al snel blijkt dat wij het niet echt getroffen hebben met onze L.O. Voor de eerste geplande briefing komt hij te laat, zodat we de volgende dag nog eens mogen terugkomen. Daarna beginnen de moeilijkheden echter pas echt, met de discussie over zijn uitrusting. De Mountain Rules voorzien dat een expeditie een uitrustingskit ter beschikking moet stellen aan de L.O. De L.O. moet aan het Ministerie bevestigen dat de kit die hij gekregen heeft in orde is vóór de expeditie mag doorreizen. Aangezien de meeste L.O.'s echter zelf reeds een uitrusting hebben, zijn zij eerder geïnteresseerd de verplichting om een uitrustingskit ter beschikking te stellen te laten afkopen. Van een initieel bedrag van 2.000 USD was onze L.O. vóór ons vertrek naar Pakistan al gezakt naar 1.200 USD, wat volgens verkregen informatie nog steeds een overdreven bedrag was. Uiteindelijk hadden we dan maar beslist niet te betalen, en de kit mee te nemen en ter beschikking te stellen. Ter plaatse bleek echter al snel dat de L.O. toch eerder geïnteresseerd was in geld dan in het ter beschikking krijgen van de uitrusting. Na lange en af en toe heftige discussies krijgen we het uiteindelijk ? 10 minuten vóór de briefing op het Ministerie ? toch geregeld op 700 USD plus 2 paar klimschoentjes en een rugzak. Daarmee is het echter nog niet afgelopen: op de briefing deelt de ambtenaar van het Ministerie ons mee dat de dagvergoeding voor de L.O., die volgens de tekst van de Mountain Rules enkel verschuldigd is voor de dagen waarop we in steden verblijven, ook verschuldigd is voor de dagen in het basiskamp ... Een onvoorziene kost van 540 USD. Uitleg van de ambtenaar: de tekst van de Mountain Rules (die zij overigens wel zelf opsturen) is niet meer up-to-date, en een expeditie moet zich maar ter plaatse informeren over wat tegenwoordig de regels zijn. Uiteindelijk krijgen we alles toch rond, en is er zelfs nog tijd over voor een bezoek aan één van de (weinige) bezienswaardigheden van Islamabad, m.n. de Faisal moskee.

Vrijdagochtend vroeg (3/8) vertrekken we in een volgestouwde minibus naar Skardu. Via de Karakoram Highway gaat het noordwaarts, tot in Chilas. Een uurtje voor we daar aankomen zien we rechts de Nanga Parbat liggen.De volgende dag gaat het verder naar Skardu (2.300 m), waar we in de late namiddag aankomen. In Skardu moeten er nog een aantal laatste inkopen gebeuren, en moeten we de bagage herpakken voor de trekking. We maken van de gelegenheid gebruik om al pakketten van telkens 25 kg samen te stellen voor de dragers, zodat we dit in Arandu niet meer moeten doen.

Zondag (5/8) hebben we het laatste gemotoriseerde traject: per jeep van Skardu naar Arandu (2.800 m). De weg, aanvankelijk nog vrij goed, verslechtert stilaan tot een smalle zandweg. Onderweg kunnen we op een aantal hangbruggen ervaren hoe het voelt als een brug beweegt wanneer je erover rijdt. Enkele kilometers voor Arandu weten we waarom we vanmorgen zo vroeg moesten vertrekken: de jeeps moeten een rivier door, die in de namiddag zoveel smeltwater te slikken krijgt dat ze ondoorgankelijk wordt. Die avond kunnen we voor het eerst de tenten uitproberen. De volgende morgen vertrekken we met een 70-tal dragers naar het basiskamp. Na een eerste stuk over de eindmorene van de Chogo Lungma gletsjer loopt een behoorlijk pad verder langs de gletsjer. Ongeveer halverwege worden de tafels en stoelen bovengehaald, en begint Ali, onze kok, een uitgebreide lunch te bereiden, een ritueel dat zich ook de volgende dag herhaalt. Over het eten hebben we alvast niet te klagen ... Op de eerste kampplaats (3.300 m) komt de L.O., die zijn volledige bagage laat dragen en zonder rugzak loopt, als eerste aan en palmt de beste plaats in voor zijn. Enigszins gepikeerd door dit optreden geven de Nederlanders een demonstratie van hun waterbouwkundige talenten: op een half uurtje is er een kanaal gegraven van het nabijgelegen riviertje naar de kampplaats van de L.O., die door de dreigende zondvloed gedwongen is zijn tent op te breken en te verplaatsen. Die avond is er een enigszins opgewonden gesprek tussen de L.O. en de leden van de expeditie, dat er echter wel toe leidt dat de verstandhouding verbetert en dat wij nadien op een normalere wijze met de L.O. kunnen omgaan. De twee volgende dagen trekken we verder, eerst langs de gletsjer, het laatste stuk opnieuw op de gletsjer.

kamp1-2Woensdag 8 augustus rond de middag zijn we er: basiskamp (4.300 m). De tenten van een Engelse expeditie van David Hamilton staan er al. Voor we aan het installeren van ons eigen kamp kunnen beginnen, hebben we nog recht op onze volgende minder aangename verrassing: de dragers blijken, bovenop de overeengekomen vergoeding, ook nog te rekenen op een aanzienlijke fooi. Uiteindelijk kunnen we toch beginnen aan het basiskamp: met behulp van stenen moeten er zo vlak mogelijke platforms gebouwd worden, waar de tenten op gezet worden. Een werkje dat de nodige tijd in beslag neemt en enige zin voor drie-dimensioneel puzzelwerk met stenen vergt. De volgende dag wordt besteed aan het sorteren van de voeding, de tenten voor de hoogtekampen, de eigen bagage, enz.

Vrijdag (10/8) gaan we voor de eerste keer naar boven, om kamp 1 (5.115 m) op te zetten. Vanuit het basiskamp loopt in de wand een paadje omhoog naar de graat, die je vandaar rechts omhoog volgt, in los puin en zand, tot aan de sneeuwgrens. De vier tenten van kamp 1 (drie tweepersoons, één driepersoons) worden opgezet, en dan dalen we terug af naar het basiskamp. Inmiddels is ook een Italiaanse expeditie in het basiskamp aangekomen. Samen met hen en David Hamilton wordt de overname van de vaste touwen tussen kamp 2 en kamp 3 geregeld. De volgende dag is een rustdag en blijven we in het basiskamp. 's Avonds is er een ongelooflijke sterrenhemel te zien; soms is het zo helder dat er sterrennevels zichtbaar zijn.

Zondag (12/8) gaan we met 8 ? Filip is ziek en blijft in het basiskamp ? opnieuw naar boven, met de tenten voor kamp 2/3 en voeding voor 5 dagen. De bedoeling is om kamp 2 kamp2-3op te zetten en daar 2 nachten te slapen, en dan, als iedereen zich goed voelt, onmiddellijk door te gaan naar kamp 3 en de top. Rond 11.00 uur zijn we terug in kamp 1. Hoewel de barometer geen millibar verandert, is het weer veranderlijk en onvoorspelbaar. Ook de volgende dagen merken we dat de barometer hier eigenlijk onbruikbaar is om het weer in te schatten. De volgende morgen vertrekken we naar kamp 2 (5.690 m). De eerste helft van het traject bestaat uit een opeenvolging van sneeuwdomes, daarna wordt de graat scherper, met tussenin vrij steile stukken. Dit traject tussen kamp 1 en kamp 2 is langer dan het lijkt, en op het moment dat je kamp 2 kan zien liggen en denkt dat je er bijna bent, is er in feite nog een heel stuk te klimmen. Uiteindelijk zullen we dit traject drie keer doen, en het blijft elke keer zwaar. Eenmaal aangekomen in kamp 2 is het platformen uitgraven in de sneeuw en de tenten opzetten (3 driepersoons), en dan rusten en eten. De dag nadien gaan we terug naar kamp 1, om het voedsel op te halen dat we daar hadden achtergelaten. Aangezien we gisteren gemerkt hebben dat er toch wel wat crevassen zitten in het stuk tussen kamp 1 en kamp 2, doen we het traject nu in cordee. Rond de middag zijn we terug in kamp 2, en iets later begint het te sneeuwen. Het blijft de ganse namiddag sneeuwen, en pas in de vooravond klaart het even op. We besluiten om morgenvroeg om 4.00 uur te zien wat de toestand is, en op basis daarvan te beslissen wat we doen. Om 4.00 uur is het echter opnieuw aan het sneeuwen, zodat doorgaan uitgesloten is.

kamp3

Er zit weinig anders op dan terug af te dalen naar het basiskamp. Het spoor tussen kamp 2 en kamp 1 is uitgewist: we moeten opnieuw een weg zoeken en een spoor maken. Op een bepaald ogenblik weet Jan feilloos een toegesneeuwde crevasse te vinden, en steekt plots enkel nog zijn hoofd boven de sneeuw uit. Inbinden blijkt hier dus toch wel nodig. Rond 11.00 uur zijn we terug beneden. Een uur later begint het te regenen, en het blijft de ganse namiddag en avond regenen. De volgende morgen (16/8) is het terug droog, maar nog wel bewolkt. We blijven in het basiskamp, om uit te rusten en te recupereren voor de volgende poging. We horen van de Engelsen, die in kamp 3 zitten, dat er daar 45 cm verse sneeuw gevallen is. Omwille van deze berichten over verse sneeuw en het onvoorspelbare weer besluiten we om ook vrijdag (17/8) nog in het basiskamp te blijven, en zaterdag opnieuw omhoog te gaan voor onze tweede poging. De Engelsen komen naar beneden: zij hadden nog geprobeerd om met twee hoogtedragers te sporen naar de top, maar na 800 m hadden zij hun poging moeten opgeven. De Italianen geven het eveneens op.  

Zaterdagmiddag (18/8) gaan we opnieuw omhoog naar kamp 1, met alle 9 ditmaal. De volgende dag gaan we door naar kamp 2, waar we de tenten moeten herzetten, omdat de platforms deels weggesmolten blijken te zijn.
Maandagochtend (20/8) pakken we kamp 2 in, en vertrekken we naar kamp 3 (6.230 m). Van kamp 2 naar kamp 3 is een sneeuw/ijs traject, door een wand van 40 à 45°. Het grootste deel van dit traject is voorzien van vaste touwen. Jan gaat voorop, en moet de vaste touwen over vrijwel de ganse lengte loskappen. Tegen de tijd dat de laatsten boven zijn, is het volledig dichtgetrokken en sneeuwt het licht.  Door de verse sneeuw blijkt de afdaling, ondanks de vaste touwen, soms toch vrij lastig. Een aantal zaken, die we in plastiek zakken in kamp 2 hadden laten liggen, worden terug ingepakt en dan gaat het door naar kamp 1, waar we rond de middag aankomen. Kamp 1 wordt ook opgebroken, en met de nodige ingeniositeit, improvisatie en touwtjes krijgen we alles in en op de rugzakken. Geladen met gemiddeld 22 à 23 kg lopen we voor de laatste keer het stuk naar het basiskamp, waar Ali en de L.O. ons staan op te wachten met fruitsap (van poeder weliswaar, maar het smaakt toch) en de bij diverse expeditieleden zeer populaire Tuc koekjes. 's Avonds bekijken we hoe de trekking terug georganiseerd kan worden. Ali vertrekt morgen (22/8) naar Arandu om dragers en jeeps te bestellen. De dragers komen op 23 augustus naar boven, en wij vertrekken de 24e 's morgens. Woensdag en donderdag (22-23/8) zijn voor ons rustdagen. Donderdag regent het bijna de ganse dag; gelukkig klaart het in de voormiddag toch even op, zodat we tenminste droog kunnen inpakken voor de tocht terug.

Vrijdagmorgen (24/8) breken we het basiskamp op, en wordt alles ingepakt en verdeeld in pakketten van 25 kg. Enkele dagen voordien hadden we de Italianen zien vertrekken, en op basis daarvan verwachtten we onze dragers tegen 8.00 - 8.30 uur. Het wordt echter 9.00 uur, 10.00 uur, 10.30 uur en nog steeds geen drager te zien ... We beginnen ons al af te vragen of we niet beter de tenten terug zouden opzetten, maar uiteindelijk komen de eerste dragers er dan toch door. Het rotweer van gisteren had hen vertraging doen oplopen. Bovendien blijken een aantal dragers ziek te zijn geworden, ook al door de aanhoudende regen van gisteren, zodat er in plaats van de voorziene 40 dragers slechts 22 dragers beschikbaar zijn. Dit is te weinig om alle bagage mee te nemen, zodat er noodgedwongen een heel deel in het basiskamp blijft staan; dit zal morgen door andere dragers opgehaald worden en naar Arandu gebracht worden. Het is uiteindelijk bijna middag voor we uit het basiskamp vertrekken. We gaan slapen ergens halverwege tussen de tweede en de eerste kampplaats van de heenreis. De volgende dag gaan we door naar Arandu: na 16 dagen van enkel stenen, sneeuw en ijs valt er eindelijk weer eens iets groen te zien. Rond 15.00 uur zijn we terug in Arandu. Er staan al 5 jeeps op ons te wachten. Nadat de dragers betaald zijn en de jeeps ingeladen vertrekken we onmiddellijk naar Skardu, dat ongeveer 141 km van Arandu ligt. Door de staat van de weg betekent dit toch zo'n 6 uur rijden. Onderweg een tussenstop in Chutron. We hadden op de heenweg al opgemerkt dat er hier warme bronnen zijn, waarrond een soort kuuroord is gebouwd, en dat willen we toch wel eens uitproberen. Na de spartaanse omstandigheden van de voorbije weken is het grote warme bad gewoonweg zalig. Voor de plaatselijke bevolking is dit blijkbaar een evenement: er staat minstens 30 man toe te kijken en te lachen. Nadat iedereen uitgebaad is, kunnen we daar nog eten, en dan rijden we door (in het donker inmiddels) naar Skardu. Rond 1.00 uur 's morgens zijn we terug in Motel Concordia.

Zondag (26/8) bekijken we met NPTTE de mogelijkheden voor de volgende dagen: we hebben immers nog twee dagen over voor we de terugreis naar Islamabad moeten aanvatten. We kiezen uiteindelijk om nog even naar de Hunza Vallei te gaan, die onder meer bekend is omwille van de natuur en het fruit dat er gekweekt wordt. De rest van de dag wordt besteed aan sight-seeing in Skardu, ... en wachten op de rest van de bagage die nog uit het basiskamp moet komen. Als we 's avonds gaan slapen is de bagage er echter nog altijd niet. Gelukkig is er 's morgens goed nieuws: het transport van onze bagage had vertraging opgelopen door problemen met één van de dragers, en daarna brandstofproblemen, maar uiteindelijk is de jeep toch rond 1.00 uur 's nachts aangekomen in het depot van NPTTE in Skardu. We vertrekken in twee kleine busjes (één voor ons, één voor de bagage) naar Gilgit, en vandaar via de Karakoram Highway noordwaarts naar de Hunza Vallei. We gaan naar Karimabad, min of meer de hoofdstad van de Hunza. Karimabad is de meest toeristische plaats die we in Pakistan al tegengekomen zijn, en even lijkt het erop dat de zoektocht naar een kampeerplaats vruchteloos zal blijven en dat we moeten uitwijken naar een ander dorp, maar uiteindelijk kunnen we in de tuin van een hotel gaan staan. Ali mag zelfs zijn keukentent opzetten en voor ons koken. Enkel het Japanse koppel in één van de kamers met uitzicht op de tuin lijkt niet zo opgetogen over onze invasie. Die avond geraken we voor het eerst weer eens aan alcohol: bijna 200 BEF voor een blikje "Chinees" bier, dat gebrouwen blijkt te zijn door een Amerikaanse brouwerij in China. De twee volgende dagen brengen we door met de toerist uit te hangen in Karimabad en omgeving. Er is een 700 jaar oud historisch fort, viewpoints, uitzicht op diverse zevenduizenders (Rakaposhi, Diran Peak, Ultar Peak) en op de noordkant van de Spantik (de bekende "Golden Pillar"), tapijt- en andere winkels voor de geïnteresseerden, enz. We gaan onze overtollige geneesmiddelen afgeven in het Aga Khan Gezondheidscentrum in Aliabad.

Donderdagmorgen (30/8) breken we onze tenten op ? de hoteltuin krijgt weer zijn normale bestemming ? en vatten we de terugreis naar Islamabad aan. Karimabad ligt op de Karakoram Highway, zodat de terugreis eigenlijk twee dagen "KKH experience" is. Na een

gletsjer

tussenstop in Gilgit, waar we van bus veranderen en een deel van het materiaal van NPTTE achterlaten, verloopt de rit verder voorspoedig, en we zijn bijna in onze bestemming voor vanavond (Besham), als het verkeer plots stilstaat. Als we te voet gaan kijken wat er aan de hand is, blijkt de weg versperd door een aardverschuiving. Eerst is er nog een bulldozer aan het werk, maar die stopt een tiental minuten later (te donker ?) en dan wordt er enkel nog met de hand verder gewerkt om de weg terug vrij te maken. Ali vindt aan de andere kant van de wegversperring een busje dat ons naar het hotel kan brengen; we gaan te voet over de aardverschuiving, en gaan zelf al door naar Besham. De bus met de bagage blijft wachten tot de weg terug vrij is, en komt zo snel mogelijk achter. Rond 22.00 uur zijn we in Besham en kunnen we onze voeten onder tafel schuiven. Twee uur later komt ook onze bus erdoor. De volgende morgen kunnen we zonder verdere problemen doorrijden naar Islamabad, waar we rond 16.00 uur aankomen. Zaterdag (1/9) moeten er opnieuw verschillende administratieve formaliteiten vervuld worden: onder meer debriefing op het Ministerie van Tourisme en het recupereren van de waarborgsom voor helicopterredding. De betreffende diensten zijn 's zondags niet geopend, zodat we wel verplicht waren ten laatste 's zaterdags terug te zijn in Islamabad. De resterende tijd spenderen we aan sight seeing en rondkijken in Islamabad en het vlakbij gelegen Rawalpindi. Daarmee zit onze Spantik expeditie erop, en rest er ons enkel nog maandagmorgen het vliegtuig terug naar België te nemen.


Je moet ingelogd zijn om een commentaar toe te voegen

Registreren



artikelarchief 

Nieuws 
Wat onthouden we van het Belgisch Kampioenschap Boulderen 2015?

Competitie Wat onthouden we van het Belgisch Kampioenschap Boulderen 2015?

Op het voorbije Belgisch Kampioenschap Boulderen kroonden Simon Lorenzi en Chloé Caulier zich tot winnaar bij de senioren. De twee klimmers bevestigden hun suprematie ten opzichte van de concurrentie met sprekend gemak.

7 januari 2016,

Is er een alternatief voor de Leuvense klimmers na de sluiting van Hungaria?

Indoorklimmen Is er een alternatief voor de Leuvense klimmers na de sluiting van Hungaria?

Op 30 december 2015 sloot Leuven een tijdperk af. Klimzaal Hungaria deed er dan na 25 jaar definitief de deuren dicht. Met de sluiting komt er een einde aan een mooi hoofdstuk van de Belgische klimgeschiedenis. Is er een alternatief voor de Leuvense klimm

4 januari 2016,