Alpinisme
>
Artikels 
Veiligheid in de bergsport

Veiligheid in de bergsport

Een interview met Bart Overlaet

26 maart 2013, 

Na het interview met Johan Hovelynck over veiligheid in de bergsport en met de inzichten vanuit de institutionele buitensport buigt ditmaal Bart Overlaet zich over dezelfde materie. Bart is en geeft als licentiaat LO les in het secundair onderwijs. Sinds 1980 is hij intensief met bergsport bezig. Op zijn palmares staan een groot aantal topbeklimmingen. Tevens nam hij deel aan enkele expedities onder andere naar de Gasherbrum I (tot 6850m). Tijdens een ver doorgedreven training doorliep hij het volledige officiële opleidingstraject UIAGM tot gecertifieerd ski- en berggids. Pakken ervaring als uiterst actief bergsporter impliceert het nodige inzicht in de veiligheidskwestie.

Kan bergsport algemeen als een veilige sport omschreven worden?

Bergsport is een risicosport maar kan als relatief veilig omschreven worden. Met relatief veilig bedoel ik dat je moet proberen om het basisrisico, dat er onvermijdelijk is, tot een minimum te beperken door je voldoende te scholen, zowel theoretisch als praktisch. Enkel op die manier kan je het risico aanvaardbaar maken. Vergelijk het met autorijden: je kan zelf alle regels respecteren en de nodige veiligheidsvoorschriften volgen, maar een plotse klapband of een dronken tegenligger die frontaal op jou botst kan vlug een einde maken aan je carrière als chauffeur. Dat risico heb je niet in handen. Bij alpinisme is dat net hetzelfde, je hebt nooit alles in handen. Maar je kan de kans op een ongeval beperken tot een minimum door zo veilig mogelijk te werken en je te scholen.

Risico maakt deel uit van deze sport en maakt het ook aantrekkelijk. Bergsport zonder risico is niet meer hetzelfde…Maar iedere klimmer bepaalt zelf voor een groot deel de mate van risico dat hij/zij wil aanvaarden. Zo ligt de lat bij een soloklimmer hoger dan bij een “normale” alpinist. Maar deze eerste zal eveneens door allerlei maatregelen, de risico’s zoveel mogelijk beperken.
Als je u zo goed mogelijk voorbereid dan is bergsport veilig

Waar ligt het verschil qua veiligheid tussen alpinisme en sportklimmen?

Specifiek aan sportklimmen zijn fouten bij toprope en communicatiefouten tussen klimmer en beveiliger.

Sportklimmen is een aparte discipline die in de loop van de jaren is ontstaan door verbetering van trainingstechnieken en specifiek materiaal. Maar het blijft deel uitmaken van de grote noemer, bergsport. Het verschil met het echte alpinisme is dat men bij sportklimmen met minder externe factoren rekening dient te houden. Zo heb je geen “last” van gletsjerkloven, lawinegevaar, hoogteziekte, onweder maar blijft kennis van zaken en een degelijke scholing van essentieel belang. Ongevallen bij sportklimmen gebeuren meestal bij ombouwen/beveiligen in toprope en afdalen in rappel en deze situaties impliceren vaak onmiddellijk een val van op hoogte wat snel ernstig kan zijn.

Dienen nog andere disciplines apart belicht te worden?

Bergsport bestaat de dag van vandaag uit vele disciplines, wat vroeger minder uitgesproken was. Elke discipline heeft zijn specifieke context en dus risico’s. Naast het klassieke zomeralpinisme en sportklimmen zijn winteralpinisme en toerskiën twee sporttakken die als gemeenschappelijk risico het lawinegevaar hebben. Net zoals bij de andere twee is een degelijke scholing en opleiding een voorwaarde om veilig te sporten. Lawinekunde is een heel complexe wetenschap! Daarbij is oriëntatie in de winter heel moeilijk omdat de meeste referentiepunten die zichtbaar zijn in de zomer onder een dikke laag sneeuw zitten. Interpretatie van hoogtelijnen en kunnen werken met GPS zijn basisvaardigheden.

Ook in het expeditieklimmen waar 8000’ers op het menu staan ligt een ander accent. Hoogteziekte en inschatten van eigen kunnen zijn hier belangrijke factoren. Daarbij is het moeilijk om ‘neen’ te zeggen. Er hangt veel geld aan vast, er is mogelijk druk van de sponsors,...

Op welke wijze kunnen brevetten als het klimvaardigheidsbewijs een antwoord zijn op de risico’s die gelopen worden in de bergsport?

Sta me toe om van deze gelegenheid gebruik te maken om enkele vooroordelen en misverstanden in verband met de KVB’s uit de wereld te helpen. Als auteur van zowel KVB 3 als KVB 4 denk ik wel te mogen weten dat de KVB’s er niet zijn gekomen als voorwaarde om te mogen klimmen in het terrein waarover ze handelen. Iedereen is vrij om deze sport te leren op de manier die men zelf verkiest. De KVB’s zijn er enkel gekomen om een consensus te bekomen tussen al de klimscholen binnen het KBF.

Een echte eenheidsworst is natuurlijk ook niet goed, maar de basis die in alle klimscholen gegeven wordt zou toch min of meer dezelfde moeten zijn.

Toen ik begon te klimmen (1979) in de klimschool was er geen eenduidige leerlijn en iedere voorklimmer of monitor (van de 30) deed “zijn ding”. Met als gevolg dat er geen overeenkomsten waren en zelfs tegenspraak tussen de verschillende monitoren én klimscholen. Vermits op sommige vlakken eenduidigheid kan helpen voor eenieder die zich lid maakt en wil leren klimmen, hebben we de KVB’s opgestart. Ik heb dat niet alleen gedaan. Na verschillende vergaderingen met alle klimschoolcoördinatoren hebben we voor de belangrijkste basistechnieken een consensus bereikt en dit in een KVB gegoten.

Het is dus een kapstok om op een veilige manier te klimmen in een normaal behaakt massief (KVB 3) of op klemblokken en friends (KVB 4). Daarbuiten zijn de klimscholen vrij om extra zaken aan te leren.

Is een KVB een garantie tegen ongevallen? Neen, net zoals een rijbewijs evenmin kan voorkomen dat je een ongeval hebt. Je bent zelf ook nog voor een deel verantwoordelijk voor je daden. Een voorbeeld: in alle KVB’s staat dat je best een partnercheck doet vooraleer je voorklimt, toprope klimt of wat dan ook. Dit kan veel onheil tot zelfs een fataal ongeval voorkomen. Maar het is niet omdat dit vermeld staat, dat vele klimmers het ook effectief doen! Dat is hun eigen keuze. Hoeveel chauffeurs dragen hun gordel? Zitten dronken achter hun stuur? Manipuleren hun gps of gsm tijdens het autorijden? Een KVB 3 kan enkel helpen om op een veilige manier te klimmen. En het is een basiswerk. Dat betekent dat er natuurlijk nog vele andere alternatieve technieken bestaan die zeker veilig werken. Maar we hebben ons voor KVB 3 echt beperkt tot het strikte minimum wat technieken betreft en een keuze moeten maken wat niet altijd eenvoudig was. Elke klimschool is vrij om extra zaken aan te brengen, ter vergelijking of waarom dan ook.

Het is niet omdat je een KVB hebt dat je het kunt. En KVB 3 is geen eindpunt, het is een beginpunt dat beperkt werd tot het minimum dat je kennen moet. Je moet daarna verder blijven oefenen, blijven nieuwe zaken leren en breder gaan dan wat je al denkt te kennen. Iedereen is vrij om deze sport te leren via een ervaren vriend. Daar heb ik geen problemen mee. Maar net zoals het KVB systeem is dit evenmin een garantie tegen ongevallen. Brevetten en diploma’s zijn manieren om het basisrisico tot een minimum te beperken en zijn gebaseerd op een consensus van ervaren mensen. Dit geldt voor elk niveau van diploma’s, van vrijwilligers tot en met professionelen.

Wat met een mogelijk gevoelig thema als Mount Coach?

Mount Coach is niet gevoeliger dan andere opleidingen. Mount Coach is en  blijft een degelijke opleiding, die omkaderd wordt door hoog gebrevetteerde begeleiders. Maar dat kan niet voorkomen dat er ongevallen gebeuren. De vorige jaren hebben we gewoon de pech gehad dat er een aantal ongevallen mekaar in snel tempo opvolgden. En de media maakte daar weer handig gebruik van om (weer eens) alpinisme in een negatief daglicht te stellen. Ligt dit aan de opleiding zelf? Neen. De ongevallen die gebeurden zijn allemaal te omschrijven als het noodlot en gebeurden na de opleiding zelf.

Enkele jaren geleden zijn bij de Franse versie van MC ook een aantal jongeren om het leven gekomen, na een succesvolle beklimming van “Divine Providence”, een heel moeilijke route aan de Italiaanse zijde van de Mont Blanc. De oorzaak? Tijdens de afdaling langs de normaalroute (via refuge des Grand Mulets) zijn enkele seracs die net op het moment dat de groep daar passeerden naar beneden gekomen en hebben enkele jongeren in hun traject dodelijk geraakt. De instructeurs bleven gespaard.

Of nemen we het spijtige ongeval van Chloé Graftiaux. Ze was eveneens lid van de Selections de jeunes alpinistes, omkaderd door de beste Franse gidsen. Ze had dus een heel degelijke opleiding achter de rug. Tijdens de afdaling van de Aiguille Noire de Peuterey nam ze de juiste beslissing om het touw uit te binden en samen met haar partner solo af te dalen. De rotskwaliteit is van dermate slechte aard dat zekeren niet meer mogelijk is en het touw geen zekeringsfunctie meer kan vervullen. Ingebonden blijven had enkel twee dodelijke slachtoffers tot gevolg gehad. Dit is eveneens te omschrijven als noodlot. Alpinisme op een hoger niveau heeft nu eenmaal een hoger basisrisico.

Heeft de stijging van de populariteit van onze sport gevolgen voor de risico’s in de bergsport?

Enerzijds doet een stijging van het aantal beoefenaars enkel de statistieken toenemen en anderzijds zijn teveel mensen op eenzelfde plaats enkel maar nadelig in deze sport. Denken we bij dit laatste aan de overbevolking op populaire beklimmingen zoals de Matterhorn of de Mont Blanc of te grote groepen bij toerski. Als er in een couloir waar vroeger 10 man per dag passeerde nu 200 man per dag passeert dan kan een vallende steen bijvoorbeeld al sneller raak zijn...

Denken we aan de overcommercialisering van de beklimming van de Everest? Dat basiskamp bestaat tegenwoordig voor en groot deel uit mensen die helemaal niet als alpinist kunnen omschreven worden maar het zijn mensen die een grote som geld kunnen neertellen om zich tot op de top te laten “brengen”. Als dan de weergoden even niet meewerken en er tegelijk fundamentele menselijke flaters gebeuren zijn rampen zoals de ramp van mei 1996 onvermijdelijk. Je kan heel het verhaal lezen in het boek van John Krakauer.

En in het sportklimmen? Een overvolle klimzaal geeft veel afleiding en dus gelegenheid tot risicotoename. Overvolle klimmassieven leiden tot meer foutief gedrag en dus eveneens tot meer risico. Babbelen, slecht ingeschatte pendels, foute gewichtsverhouding, kruisend routeverloop,... allemaal factoren die bij meer sportbeoefenaars sneller voorvallen en sneller gevolgen hebben.

Tot slot, heb je nog een laatste advies voor bergsporters?

Benader elke berg, elk project met respect en zorg voor een logische opbouw in je carrière. Sla geen stappen over.


Je moet ingelogd zijn om een commentaar toe te voegen

Registreren



Gerelateerde inhoud 
artikelarchief 

Nieuws 
Wat onthouden we van het Belgisch Kampioenschap Boulderen 2015?

Competitie Wat onthouden we van het Belgisch Kampioenschap Boulderen 2015?

Op het voorbije Belgisch Kampioenschap Boulderen kroonden Simon Lorenzi en Chloé Caulier zich tot winnaar bij de senioren. De twee klimmers bevestigden hun suprematie ten opzichte van de concurrentie met sprekend gemak.

7 januari 2016,

Is er een alternatief voor de Leuvense klimmers na de sluiting van Hungaria?

Indoorklimmen Is er een alternatief voor de Leuvense klimmers na de sluiting van Hungaria?

Op 30 december 2015 sloot Leuven een tijdperk af. Klimzaal Hungaria deed er dan na 25 jaar definitief de deuren dicht. Met de sluiting komt er een einde aan een mooi hoofdstuk van de Belgische klimgeschiedenis. Is er een alternatief voor de Leuvense klimm

4 januari 2016,