>
Artikels 

Werner Hofmans

Een interview

16 maart 2004, 

La Mission (Buoux)Op een schitterende zonnige dag in januari konden we Werner Hofmans strikken voor een interview. We spraken af in de Kok-O-Four, een gezellig restaurant annex bar in het Leuvense en hadden een gemoedelijke babbel over de klimsport, klimreizen, klimpassie, klimcompetitie, klimiconen, klimidolen, klimmassieven, klim..., klim..., klim...

Belgian Climbing Network: Hoe ben je met deze sport begonnen?
Werner Hofmans: Zoals zovelen heb ik de liefde voor de bergen met de paplepel meegekregen. Reeds van kindsaf trokken we naar de bergen om uitstappen als de Tour du Mont Blanc en dergelijke te doen. Het was wel steeds wandelen maar de stukken waar wat meer rotsen bij kwamen kijken vond ik toch altijd plezanter. Zo bracht ik zelfs soms mijn ouders in problemen, bijvoorbeeld door stukken via feratta te willen doen. Ook bij het wandelen in de Ardennen en Luxemburg klom ik constant op rotsjes en in bomen en uiteindelijk wouden mijn ouders dat ik dat dan toch eens onder begeleiding en dus op een veilige manier ging doen. Alzo schreef ik me op mijn vijftiende in bij het VBF.  Daar bestond een formule van een keer betalen voor zes dagen rotsklimmen in de Ardennen op een jaar tijd. Het eerste jaar deed ik dat eigenlijk dik tegen mijn goesting maar het was al betaald. We deden natuurlijk ook niets moeilijker dan 4+. Na goed anderhalf jaar kende ik wat meer volk en zat ik aan het tempo van elk weekend naar de rotsen trekken. Rond mijn zeventiende had ik dan mijn eerste 7a in de pocket, namelijk La folle nuit de Rebecca te Cimaï. Ik had er wel om en bij de vijfentwintig pogingen voor nodig op de twee weken dat we daar verbleven. Ongeveer een jaar later, juist voor mijn achttiende verjaardag, ging de eerste 8a eraan.
BCN: Had je voordien al van andere sporten geproefd?
Werner: Vooraf passeerden inderdaad al enkele sporten de revue. Judo, badminton, volley en zelfs voetbal hebben een tijd op mijn programma gestaan.. Rond mijn veertiende kwam de mountainbikerage opzetten en na even sparen kon ik me een mountainbike kopen. Dan trokken we met een paar maten naar Luxemburg waar we gingen rijden over de paden onder de rotsen en zo kwam ik weer wat meer in aanraking met de klimsport.

Cool Cat (Freyr)BCN: Wat is er dan zo speciaal aan de klimsport dat je uiteindelijk toch voor deze sporttak koos?
Werner: Ten eerste is het een buitenactiviteit wat me sowieso al meer aanspreekt. Je komt in de natuur en kan veel verschillende plaatsen met elk hun eigen charme en schoonheid bezoeken. Daarenboven ben je in het klimmen onafhankelijk van anderen, het is geen teamsport. De uitdaging gaat tussen u en de route. Wat zeker ook een belangrijke factor vormde, was de toffe vriendenkring waar ik in terecht was gekomen. Het had evengoed een andere sport kunnen zijn waar een dergelijke vriendenkring me aan had kunnen binden.

BCN: Je bent een van de uitbaters van klimzaal Hungaria. Hoe plaats jij indoorklimmen ten opzichte van rotsklimmen?
Werner: Ik denk dat zaalklimmen een ideale aanvulling is voor het rotsklimmen. In mijn ogen is rotsklimmen nog steeds belangrijker maar om de wintermaanden te overbruggen is indoorklimmen een goed en volwaardig alternatief. Zeker in combinatie met enkele weken rotsklimmen in het zuiden. Wat wel is, is dat ik na een buitenklimseizoen absoluut kan genieten van nog eens zaalklimmen en vice versa. Tevens is er in het indoorklimmen een snellere persoonlijke evolutie mogelijk en dus is het zeker een must voor zij die niet aan de voet van de rotsen wonen. Wat natuurlijk geldt voor iedere inwoner van Vlaanderen.
Ook hebben klimzalen een opmerkelijke bijdrage geleverd aan de commercialisering van de klimsport. Dit bekender worden van het klimmen is een goede zaak maar langs de andere kant ben ik wel blij dat niet alle nieuwe beoefenaars ook naar de rotsen trekken. Het is in feite positief dat er mensen zijn die indoorklimmen als hun sport beschouwen en het als een aparte sporttak zien.
BCN: Wat is het belang van competitieklimmen?
Werner: Zelf heb ik gedurende zes jaar (1989 tot 1995) aan competities deelgenomen met als hoogtepunt een uitstap naar Kobe in Japan. Ik ben ermee gestopt omdat de competitie op een niveau kwam dat je er uw leven helemaal op moest richten en dan neem ik liever een weekje klimvakantie op Tenerife.
Wel is competitie plezant voor de competitief ingestelden onder ons om zich te meten met de anderen. Dat geldt dan vooral voor jongeren. In klimmen is competitie echter minder nodig door de aanwezigheid van moeilijkheidsgraden die al een referentie bieden. Wat je in andere sporten als volleybal natuurlijk niet hebt.


BCN: Is België een goed land om te klimmen?
Werner: In vergelijking met landen als Frankrijk lijkt België niets waard, als je er dan Nederland naast legt krijg je onmiddellijk een heel ander beeld. Je kan gerust stellen dat België redelijk eenzijdig is van stijl en dat je op de kleinere massieven al snel uitgeklommen bent. Maar uiteindelijk klim ik hier toch al een goede 15 jaar en de motivatie is er nog steeds. Slecht zal het hier dus zeker niet zijn.
Qua steun aan klimmers kan ik enkel van vroeger spreken en toen leverde de CAB zeker goed werk. Ze stuurden toch steeds drie mannen en twee vrouwen naar de wereldbeker. Tegenwoordig kan je de indruk hebben dat het wat minder is, maar ik denk dat bijvoorbeeld de Favressen wel nog steeds gesteund zullen worden.
Bivouac Interdit (Chazzezak, Frankrijk)BCN: Hoe zit het met de mythe van de Freyr-kwotaties?
Werner: Freyr is niet streng gekwoteerd doch de stijl is er zo apart dat het zo kan lijken. Het buitenland komt waarschijnlijk meer overeen met indoorklimmen en lijkt daarom makkelijker.
BCN: Je klom in 1993 les liaisons dangereuses (8b) in Marche-les-Dames op de nu gesloten Rocher des Dames. Hoe spijtig vind je dergelijke sluitingen?
Werner: Als je de routes op dergelijke rotsen al geklommen hebt is het natuurlijk minder erg. Ik snap dat het soms nodig is een stuk rots af te sluiten hetzij om milieu redenen hetzij om private redenen. Ik denk ook niet dat er speciaal moeite gedaan moet worden om zo?n stukken te heropenen. Er zijn hele mooie rotsen die er ideaal bijliggen zoals ze nu liggen en waar klimmen wordt gedoogd zolang er geen hele horden passeren en je alles netjes achterlaat. Een ideale oplossing voor beide partijen, niet?
BCN: Wat waren zoal uw buitenlandse ervaringen?
Werner: Frankrijk, Spanje, Tenerife, Thailand en andere. Degene die me het meeste bijgebleven zijn, zijn toch wel de twee maand in Ceüse met Werner Van Steen in 1991 ongeveer. Dat was de eerste keer dat ik echt twee maanden aan een stuk in het buitenland zat enkel en alleen om te klimmen en dan ook nog in een periode dat ik echt goed aan het klimmen was. Het ritme van drie dagen klimmen en dan een rustdag gedurende twee maanden is echt wel genieten.
Ook eens veertien dagen Zuid-Frankrijk met Jean-Paul Finné waren heel leerrijk voor mij. Hij was op dat moment de beste van België en de eerste die routes als Carabistouille en Shingen herhaalde na Arnould ?t Kint. We bezochten toen verschillende massieven en klommen erop los. Rond 18 uur keerden we dan naar ons tentje terug, kookten ons potje en om 18u30 zei hij welterusten en ging de rits van zijn tent dicht. De eerste avond was ik daar best wel verbaasd over.

BCN: En dan nu nog een portie geschiedenis: Wie waren de grote namen van uw beginperiode?
Werner: Arnould ?t Kint, Pierre Pico Masschelein, Isabelle Isa Dorsimond, Jean Marc Arnould en Werner Van Steen (de beste Vlaming van het moment). Ik had geen echte idolen maar eerder zo een gevoelen van Als zij dat kunnen moet ik dat ook kunnen. Ik kocht ook nooit klimmagazines of posters. Als ze mij die in de handen duwden, bladerde ik die wel graag door en ik kreeg ook ooit een poster van Isabelle Patissier en die versierde mijn kamer dan wel.
BCN: En Jean-Paul Finné dan?
Werner: Finné was pas in een latere fase en was denk ik zelfs later dan ik gestart met klimmen. Finné, Alec Bronitz en ik kwamen rond dezelfde periode opzetten.
BCN: Heb je de opgang van 7a naar 8a nog meegemaakt?
Werner: Toen ik begon met klimmen had Arnold ?t Kint al de eerste 8a?s geklommen. Een 8a toen kan je tegenwoordig vergelijken met een 8b+. Nicolas Favresse is het huidig equivalent van Arnould ?t Kint in mijn beginperiode.
BCN: Uw eerste 8a, was dat toen op Belgisch/Europees niveau een prestatie om u tegen te zeggen?
Werner: Mijn eerste 8a was Schwarzenegger en vlak daarna volgde Un combat douteux in Cimaï, waar ik hoorde dat Alec (Bronitz) me een weekje voor was geweest met zijn eerste 8a maar dan te Buoux. Samen waren we de eerste twee Belgen die voor hun 18e verjaardag al een 8a geklommen hadden en dat was dus op Belgisch niveau best wel een aparte prestatie. Op Europees niveau zal het wel minder uniek geweest zijn maar toch zullen ook de 18-jarige 8a-klimmers Europees gezien niet breed gezaaid geweest zijn.
BCN: Vertel eens wat meer over Schwarzenegger.
Werner: De eerste lengte (7c) was me reeds gelukt toen ik mijn eerste poging waagde in beide lengtes. Ik heb toch een goede vier, vijf maand nodig gehad om de route uit te klimmen maar toen ik er de eerste keer in ging was mijn niveau ook nog niet echt hoog genoeg. Ik ging toen veel met Christian Rolfs klimmen en hij was beter dan mij. Daarmee dat hij in die 8a's kroop en dan probeerde ik ook eens. Zo af en toe een poging, dan eens in toprope tot je op een dag het gevoel hebt dat het er eigenlijk wel in zit. Achteraf bezien heb ik langer nodig gehad voor de eerste lengte dan voor het geheel. De tweede lengte is uiteindelijk maar een 7a. Het feit dat die volgt op een 7c zonder al te veel mogelijkheden tot rusten maakt het tot een volwaardige 8a.
BCN: Is 8a nog even speciaal als toen of heeft het overschrijden van de 9a-grens de magie van 8a doen verdwijnen?
Werner: 8a is denk ik toch nog steeds een magische grens gebleven. Om de eenvoudige reden dat het toch nog steeds een niet evident niveau is voor vele klimmers. Kijk maar naar de palmaressen op belclimb. Er zijn nog steeds niet al te veel 8a klimmers.

BCN: Tot slot, wat zijn de doelen voor 2004?
Werner: Veel klimmen en er veel plezier in hebben. Ik heb nooit echt gehad dat er een route op het jaarprogramma stond. Het was natuurlijk wel zo dat ik, eenmaal ik voelde dat een bepaalde route erin zat, er echt voor ging. Maar aan het begin van een jaar al zeggen die of die route was er bij mij meestal niet bij.  Als het plezier er is komt de rest vanzelf wel. (Maar toch hopelijk Shingen;-))
BCN: We hopen mee voor u!!

Werner dankt ook zijn sponsors Beal, Five Ten, klimzaal Hungaria en Petzl.

Tijl

foto's: Werner Van Steen, collectie Werner Hofmans


Je moet ingelogd zijn om een commentaar toe te voegen

Registreren



artikelarchief 

Nieuws 
Wat onthouden we van het Belgisch Kampioenschap Boulderen 2015?

Competitie Wat onthouden we van het Belgisch Kampioenschap Boulderen 2015?

Op het voorbije Belgisch Kampioenschap Boulderen kroonden Simon Lorenzi en Chloé Caulier zich tot winnaar bij de senioren. De twee klimmers bevestigden hun suprematie ten opzichte van de concurrentie met sprekend gemak.

7 januari 2016,

Is er een alternatief voor de Leuvense klimmers na de sluiting van Hungaria?

Indoorklimmen Is er een alternatief voor de Leuvense klimmers na de sluiting van Hungaria?

Op 30 december 2015 sloot Leuven een tijdperk af. Klimzaal Hungaria deed er dan na 25 jaar definitief de deuren dicht. Met de sluiting komt er een einde aan een mooi hoofdstuk van de Belgische klimgeschiedenis. Is er een alternatief voor de Leuvense klimm

4 januari 2016,